Prelex Consult
Wwft training en auditing

Wwft Nieuws


Terug naar overzicht

07-08-2026

Trade Based Money Laundering via kledinghandel.

Een recente kort geding uitspraak laat goed zien hoe Trade Based Money Laundering (TBML) in een cliëntenonderzoek concreet naar voren kan komen.

De klant exploiteerde een relatief kleine kledingwinkel. De bank startte een event driven cliëntenonderzoek en wilde onder meer begrijpen wat er daadwerkelijk tegenover de betalingen aan verschillende leveranciers stond.

Wat viel daarbij op in de transacties en bedrijfsvoering?
- Met belangrijke leveranciers vonden veel internationale transacties voor hoge bedragen plaats. Eén leverancier was bovendien actief in de schoonmaakbranche. De leveranciers gaven de bank geen duidelijkheid over de transacties;
- Bijna 38% van de omzet zou contant zijn ontvangen. Volgens de rechter opvallend hoog voor een toeristische kledingwinkel. Veel contant geld verhoogt bovendien de witwasdreiging;
- Over 2023-2024 werd een omzet van ruim € 1 miljoen opgegeven. Voor de hoogte van die omzet werd onvoldoende overtuigende onderbouwing gegeven;
- De inkoopfacturen vermeldden slechts algemene omschrijvingen als ‘broek’, ‘blouse’ en ‘tops’. Artikelcodes, kleuren, maten en stoffen ontbraken;
- Correspondentie waaruit bleek welke concrete artikelen bij leveranciers waren besteld, kon niet worden overgelegd;
- Ook de voorraadadministratie maakte onvoldoende duidelijk welke goederen waren binnengekomen, wat nog op voorraad lag en wat daadwerkelijk was verkocht.

En precies daar raakt deze zaak aan TBML.
Bij TBML draait het immers niet alleen om de vraag waar het geld vandaan komt, maar minstens zo belangrijk is de vraag welke economische prestaties tegenover het geld staan.

Bij een handelsbedrijf moeten daarom de geld-, documenten- en goederenstroom met elkaar in verband kunnen worden gebracht.

De voorzieningenrechter benoemt de TBML-dimensie in deze zaak expliciet. Internationale textielhandel wordt in verband gebracht met het witwassen van illegaal verkregen gelden, waarbij kledinghandelaren ook – bewust of onbewust – kunnen worden gebruikt om crimineel geld te verplaatsen.

De klant had wel op informatieverzoeken gereageerd, maar bood volgens de rechter onvoldoende helderheid om de legitimiteit van de geldstromen controleerbaar te maken en de bank kon daardoor het Wwft-cliëntenonderzoek niet naar tevredenheid afronden.

> De compliance-les?
Bij handelsbedrijven is transactiemonitoring alleen onvoldoende.
Een goede TBML-analyse vraagt om het leggen van verbanden tussen de geld-, documenten- en goederenstroom. Juist wanneer die niet aansluiten, kan een ogenschijnlijk normale handelsbetaling een belangrijk AML-signaal worden.

> TBML detecteer je dus niet alleen in de banktransactie. Je detecteert het vooral in de economische werkelijkheid áchter die transactie.

De uitspraak is te lezen via onderstaande link.

Uitspraak: Rechtbank Amsterdam



Terug naar overzicht